In Nederland groeit 1 op de 9 kinderen op in armoede.

Het zijn kinderen die geen lid kunnen worden van een sportclub, niet kunnen trakteren, geen warme jas hebben of maar een keer per dag eten krijgen. Dit leidt tot gezondheidsklachten op langere termijn. Ook de geldzorgen van ouders zorgt voor stress bij kinderen. Daarom hebben de 14 Twentse gemeenten met elkaar afgesproken dat ze hier wat aan willen doen.

Strijd tegen kinderarmoede

De belofte die de 14 Twentse gemeenten doen, is onderdeel van een landelijke beweging: de Alliantie Kinderarmoede. Alle partners beloven aan de slag te gaan met creatieve en slimme oplossingen in de strijd tegen kinderarmoede. Doel is dat er in 2030 geen kinderen meer last hebben van de gevolgen van armoede.
Rob Christenhusz, bestuurder publieke gezondheid Twente en wethouder in Oldenzaal: “Elk kind heeft recht op een gezonde en veilige ontwikkeling. Armoede staat dit in de weg”. De Twentse gemeenten zetten zich in voor:

  • het zien van armoede en bespreekbaar maken. Weten welke andere organisaties zij kunnen betrekken bij de oplossing.
  • doen wat in mogelijk is om de gevolgen van armoede binnen gezinnen op te lossen.
  • actief samenwerken en laten zien wat werkt.

Armoede en gezondheid

Armoede en gezondheid hebben met elkaar te maken. Door armoede is de kans groter dat je niet gezond bent of blijft. En als je gezondheid niet goed is heb je meer kans op armoede. Anja Prins, bestuurder Publieke Gezondheid Twente en wethouder in Losser: “Opgroeien in armoede kan leiden tot een slechtere gezondheid als je volwassen bent. We moeten veel meer doen om problemen over enkele jaren te voorkomen!.”

In de Twentse gemeenten wordt al veel gedaan om gezinnen met financiële problemen te helpen. Binnen de Academische werkplaats Jeugd in Twente wordt samen met gemeenten, onderwijs en onderzoek ook gewerkt aan de zorg voor kinderen die opgroeien in armoede.